Homepage All My booklets

 

 

 

This is a Dutch version

See also : The Story of Les Dernières Cartouches   English version

 

THE HISTORY OF LES DERNIERES CARTOUCHES  

 

De Franse - Duitse Oorlog  1870 - 1871

De oorzaak lag in de bedoeling van de Pruisische minister president Otto van Bismarck de Duitse eenheid te voltooien ten voordele van het koninkrijk Pruisen en koning Willem I : na de oorlog om de hertogdommen Sleeswijk, Holstein en Lauenburg 1864, de oorlog tegen Oostenrijk 1866, de stichting van de Noordduitse bond 1867 onder  leiding van de Pruisen.

Bondskanselier Bismarck probeerde bij de Zuidduitsers de antipathie tegen de Pruisen te onderdrukken door een sterker gevoel op te wekken, de haat tegen het frankrijk van Keizer Napoleon III.

 

De aanleiding lag in opvolging op de Spaanse troon, Leopold van Hohenzollern, neef van de koning van Pruisen, stelde zijn kandidatuur.

Frankrijk zag daarin een bedreiging voor zijn macht, vroeg de intrekking van die kandidatuur en eist van Willem I dat hij nooit zou toestaan dat een Hohenzollern de kroon van Spanje aanvaardde.

Willem I, op villegiatuur in Ems, weigerde zich te binden voor de toekomst en liet dit aan Bismarck telegraferen.

De bondskanselier  verscherpte opzettelijk de inhoud van dit telegram en liet het in de kranten publiceren.

Het klonk beledigend voor Frankrijk en de Franse keizer verklaarde op 19 juli 1870 de oorlog aan de Pruisen.

Volgens de bedoeling van Bismarck, en tegen de verwachting van Napoleon III, sloten de Zuidduitse staten zich bij de Pruisen en de Noordduitse bond aan.

 

De twee partijen waren ongelijk : Pruisen had een sterk en gedisciplineerd leger met aan het hoofd en koning soldaat en een vooruitziende chef van de generale staf Helmut von Moltke, Frankrijk rekende op de offensieve geest maar het leger was niet voorbereid, op sommige gebieden slecht uitgerust en soms slecht geleid.

Pruisen kreeg daarbij belangrijke versterkingen van de Duitse staten.

 

De operaties begonnen op 2 augustus 1870.

De Fransen leden de nederlaag in Elzas en bij Metz (4-6 augustus) en werden tot de terugtocht gedwongen, het leger van maarschalk Bazaine raakte ingesloten.

In het kamp van Chalons-sur-Marne werd een nieuw leger gevormd onder bevel van maarschalk Mac-Mahon, resten van ontsnapte legerkorpsen, bataljons demobiliseerden en oorlogsvrijwilligers, daarbij de pas gevormde 

" Division d'infanterie de Marine ".

Op 17 augustus beval Napoleon III die 120.000 man in de richting van Reims op te trekken.

Op 23 augustus was de knoop doorgehakt, dit leger trok niet naar Parijs terug maar moest Bazaine helpen.

Mac-Mahon nam de weg naar de Franse Ardennen, bereikte op 25 augustus de Aisne (rivier) en wou ten oosten van Sedan de Maas (rivier) oversteken.

Helmut von Moltke had die bedoeling ingezien en viel op 30 augustus de Fransen aan voor ze de Maas bereikten, In 

Beaumont-en-Argonne.

De Fransen moesten met zware verliezen terugtrekken, Mac-Mahon besloot bescherming te zoeken in Sedan maar wist niet dat hij door twee Duitse legers gevolgd werd, het 4de in het oosten,het 3de in het westen.

 

Napoleon III, die het leger van Mac-Mahon volgde, kwam op 31 augustus in Sedan aan, een stad aan de Maas, ingesloten door twee rijen hoogten, met een grote citadel uit vorige eeuwen.

Op dezelfde dag begon " La bataille de Sedan".

Er volgden zware gevechten in Bazeilles op 1 september, nadien volgde de capitulatie in Sedan, Napoleon III was krijgsgevangen met 83.000 man.

Die slag kostte Frankrijk 3.000 doden en 14.000 gewonden.

 

Op 4 september werd in Parijs de republiek uitgeroepen, op 19 september begon de Duitse belegering van de hoofdstad.

De oorlog duurde tot 28 januari 1871.

 

Op 10 mei 1871 werd de Vrede van Frankfort gesloten waardoor Frankrijk Elzas en Lotharingen (Alsace-Lorraine) verloor.

Ondertussen werd op 18 januari 1871 het Duitse Keizerrijk afgekondigd, in het paleis van Versailles.

 

Deze gebeurtenissen zouden nog een rol spelen in de eerste wereldoorlog en de daaropvolgende vredesverdragen.

Ook in mei 1940 kwam Sedan in het nieuws.

 

De Franse marine-infanterie, van de havens naar de oostgrens

 

In de 17de eeuw werden honderd "Compagnies Ordinaire de la Mer" opgericht om op de schepen en in overzeese gebieden te dienen.

In de 19de eeuw werden " Les Troupes de la Marine" georganiseerd, eenheden naast het leger (Armée de Terre), afhankelijk van het Ministerie van de Marine.

 

In 1870 beschikte Frankrijk over " L'Infanterie de Marine" (staf troepenkorps van vier regimenten, kader speciale korpsen)

"L'Artillerie de Marine", "Le Corps du Service de Santé de la Marine,diensten en scholen.

De vier regimenten marine-infanterie hadden ongeveer de helft van hun compagnies ongeveer 18 a 22 in hun thuishaven, de andere helft in overzeese gebieden.

Het 1e regiment was thuis in Cherbourg, het 2de in Brest, het 3de in Rochefort, het 4de in Toulon.

 

Op 4 augustus 1870 kregen de vier regimenten het bevel een marsdivisie te vormen, viermaal 18 compagnies van 130 man.

De staf en de diensten werden uit de rangen van de Marine gevormd.

Vier artilleriebatterijen van "L'Artillerie de Marine" zouden de divisie versterken die ongeveer 10.000 man telde.

Ze werd bevolen door divisiegeneraal de Vassoigne, inspecteur-generaal van de Marine.

De eenheden moesten vanuit de havensteden onverwacht naar Parijs en er in de kazernes geconcentreerd.

 

Deze nieuwe divisie kreeg de naam " Division Bleu", door de donkerblauwe tunieken, blauwgrijze kapotjassen en broeken,donkerblauwe kepies.

Deze infanteristen kregen van de matrozen de naam "marsouins", van het Deens "marswins" (zeezwijnen), bruinvissen want deze soldaten leefden als parasieten op de schepen.

 

Op 12 augustus moest de blauwe divisie naar het kamp van Chalons-sur-Marne om een onderdeel te vormen van het 12de legerkorps in het nieuwe leger van Mac-Mahon.

Dit leger marcheerde een week lang  naar het noordoosten en bereikte op 30 augustus de Maas.

 

De Blauwe Divisie in Bazeilles  31 augustus - 1 september 1870

 

Op 31 augustus heeft het 1e Beierse legerkorps Bazeilles veroverd.

De 2de brigade marine-infanterie (2de en 3de regiment) moet het dorp heroveren.

 

In de middag kan ze de Beieren verdrijven maar moet daarna door een overmacht wijken, in een hardnekkig gevecht met zware verliezen aan beide kanten.

Het dorp staat in brand.

Omstreeks 4 uur in de middag wordt de 1e brigade (1e en 4de regiment) vanuit de reserve ingezet.

Voor de avond heeft ze heel Bazeilles heroverd, na harde gevechten met veel verliezen.

 

In de nacht worden barricades opgeworpen, wachtposten beveiligen het laagste gedeelte van het dorp en de toegangen naar de Maas.

In de vroege morgen van 1 september worden die wachtposten teruggetrokken, de Beieren rukken op en bereiken het dorp waarvan ze denken dat het verlaten is.

Een heftige uitval van 150 marsouins verrast ze en gooit ze buiten het dorp, Bazeilles is voor de derde keer in de handen van de Blauwe Divisie.

 

Maarschalk Mac-Mahon was gewond en gaf het bevel over aan generaal Ducrot (bevelhebber van het 1e Franse legerkorps)

Ducrot wil uit de hinderlaag ( Sedan) ontsnappen en zijn eenheden westwaarts organiseren, hij geeft het bevel Bazeilles te verlaten.

De marsouins trekken terug, met de dood in het hart, uit het dorp waarvoor ze zoveel inspanningen leverden en kameraden verloren.

 

Het blijkt dat generaal de Wimpffen, de nieuwe bevelhebber van de 5de Franse legerkorps, niet alleen ouder is dan Ducrot, maar ook een dienstbrief van de bevoegde minister heeft die hem aanstelt als vervanger van Mac-Mahon.

Wimpffen neemt het bevel van het leger en grijpt in om de oorspronkelijke richting in te slaan, naar Metz.

De Blauwe Divisie moet Bazeilles heroveren dat door de Beieren ingenomen werd.

De marsouins kunnen door een verwoed gevecht voor de vierde keer het dorp heroveren.

 

Het verstrekte 1e Beierse legerkorps zet een nieuwe aanval in, de marsouins moeten wijken in een gevecht van één en onder hevige artilleriebeschietingen die muren en huizen vernietigen.

De straat- en huisgevechten, in vuur en rook en stof, duren tot tegen de middag niettegenstaande de zware Franse verliezen en het gebrek  aan munitie.

In deze fase speelt zich in het huis Bougerie het tafereel " Les Dernières Cartouches" af.

 

's Middags is de positie van de Blauwe Divisie ernstig bedreigd.

Het 12de Franse legerkorps zette de terugtocht in en  generaal de Vassoigne  laat " la retraite" blazen, de marsouins trekken vechtend terug in de richting van Sedan.

 

Omstreeks 16h00 wil Wimpffen nog eens een uitbraak naar het oosten wagen.

Hij beveelt de Blauwe Divisie nog eens te chargeren.

De overblijvende marsouins rukken oostwaarts op en heroveren bijna heel Balan, in de richting van Bazeilles.

 

Napoleon III besloot de strijd te staken en liet op de citadel van Sedan de witte vlag hijsen.

Om 16h30 wordt "cessez le feu" geblazen.

De marsouins worden verzameld en gaan in krijgsgevangenschap.

 

De Blauwe Divisie verloor in Bazeilles 2655 man, ruim 1/4 van de getalsterkte vond er de dood of was gewond.

 

Op de begraafplaats van Bazeilles werd later een groot ossuarium opgericht met daarin de gebeente van ongeveer 3000 Franse en Duitsers.

 

La maison de la dernière cartouche

 

Aan de noordrand van Bazeilles, aan de weg naar Balan en Sedan 2,7km, stond een grote herberg met het uithangbord

" Bourgerie, vin, bière, eau de vie".

Het staat er nog altijd, een groot huis haaks op de weg, drie deuren aan de voorkant, een verdieping met acht ramen die op het dorp uitzien.

Het is nu een bewoond museum, "La maison de la Dernière Cartouche"

 

De marsouins leerden het huis kennen bij de verschillende bewegingen naar en uit het dorp.

In de morgen van 1 september moet kapitein Bourgey van het 2de regiment het verlaten huis tot een steunpunt organiseren als de Beieren massaal aanvallen.

Hij vindt er onder andere de gewonde commandant Lambert, onderstafchef van de divisie.

Hij verzamelt enige officieren en onderofficieren met enkele marsouins, samen ongeveer 60 man van verschillende eenheden marine infanterie.

Er zou ook één verdwaalde linie infanterist aangekomen zijn.

De ramen worden afgeschermd met meubelen, zakken en matrassen.

In het dak zijn pannen weggenomen.

De marsouins verzamelen alle geweerpatronen en geven die aan de beste schutters.

 

 

  marsouins

 

 

Het 15de Beierse infanterieregiment rukt op maar valt onder vuur van de franse chassepots geweren.

Aan beide zijden zijn verliezen.

Om 14h30 wordt de grote wandklok doorschoten (en de wijzers blijven staan, tot op onze dagen).

De Beieren omsingelen het huis en richten er hun kanonnen op, het dak wordt doorboord en er ontstaat brand.

De verdedigers groeperen zich in de kamers en hopen ontzet te worden.

Ze verzamelen nog 30 patronen, les dernières cartouches. 

 

De Beieren vallen weer aan, weer blaffen de Franse chassepots.

Kapitein Aubert van het 2de regiment is de beste schutter en als gewezen schootsinstructeur heeft hij de eer de laatste patroon af te vuren, la dernière cartouche.

 

Commandant Lambert houdt krijgsraad terwijl Beierse artillerie opgesteld wordt.

De verdedigers besluiten een witte zakdoek aan een geweer uit het raam te stekken en het huis door de grote voordeur te verlaten.

Lambert en Bourgey komen buiten met een twintigtal overlevende.

Een Beierse officier belet dat "les diables bleus" door de woedende aanvallers afgeslacht worden.

De marsouins zijn krijgsgevangen, marcheren voorbij ongeveer 600 doden rondom het huis "tous nous marchons le front haut

et nous vous disons nous sommes pas de la capitulation de Sedan"

 

Het geheel van de acties van "L'Infanterie de la Marine" in Bazeilles was voor Frankrijk een lichtpunt in "la défaite" gedurende

"l'année terrible".

Vooral de verdediging van het huis Bourgerie, tot "la dernière cartouche", sprak tot de vebeelding en het gemoed van de ontgoochelde Fransen.

 

 

 

De belegerde Fransen hebben "les dernières cartouches" afgevuurd en verlaten het gehavende huis Bourgerie onder leiding van commandant Lambert, de belegerende Duitsers kwamen nader, maar de Beierse kapitein Lissignolo belet wraakacties.

Prentkaart volgens anonieme tekening, onnauwkeurige weergave van het huis, Franse en Duitse militairen in verschillende uniformen.

 

 

 

 

 

Kamer in het museum "la dernière cartouche".

Prentkaart met stempels van het museum, datum en handtekening van de afzender,postzegel en poststempel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reproductie van het schilderij "les dernières cartouches".

Bruin witte prentkaart met postzegel (1923) op de keerzijde.

 

 

Het schilderij "Les Dernières cartouches"

 

 

 

 

Het is een ingelijst schilderij, olieverf op doe, hoogte 108 cm en een lengte 165 cm.

Het is rechts onderaan gesigneerd "Alph. de Neuville", links onderaan is het feit gesitueerd, " Balan près de Sedan - 1er sept 1870".

 

Het werd gepresenteerd in het Salon van 1873.

Het is nu eigendom van het " Comité National des Tradition des Troupes de Marine" en hangt in de tweede kamer van de gelijkvloerse verdieping van het "Musée de la Dernière Cartouche" in Bazeilles, in 1870 het huis Bourgerie waar zich op 1 september tegen de middag, het tafereel afspeelde.

 

Het stelt een tiental Franse militairen voor die zich gedurende het achterhoedegevecht in de derde kamer op de verdieping terugtrokken en vanuit de ramen de laatste patronen afvuurden op de Beierse belegeraars, ook de allerlaatste patroon.

 

Links één van de twee ramen (het vijfde vanaf de straat), tegen de binnenmuur een hoge kast, ernaast de openstaande en losgekomen deur naar de tweede kamer, rechts tegen de blinde achtergevel een alkoof.

Het plafond is beschadigd, de vloer ligt vol brokstukken (van het plafond), stof en materieel, geopende patroonverpakkingen,

gebroken geweer, helm.

Het raam is afgeschermd met een gordijn, een houten koffer en een geruite matras.

De rook van de brand en het buskruit drijft naar binnen en naar de zoldering.

 

Bij het bezoek in het museum konden we het decor herkennen, het raam de kast, de binnendeur, de alkoof en het beschadigde plafond.

 

De voorgestelde personen zijn niet helemaal volgens de werkelijkheid.

De Neuville liet zich enigszins leiden door zijn verbeelding en enthousiasme, ook door het relaas van commandant Lambert.

De heruitgave van de roman "L'épaulette" door Georges Darien laat ons toe het historisch gebeuren samen te stellen.

 

De personages kunnen we op drie rijen zetten.

 

 

 

Vooraan links zitten twee infanteristen in uniform van de linie infanterie, dus met rode broeken.

Ze zoeken "les dernières cartouches" want op de grond liggen geopende verpakkingen en een

patroongordel met bajonet.

De soldaat, met heuptas en hier met rode kepie, zoekt iets op de grond.

De onderofficier, met galons op de mouw en hier met een  onduidelijk hoofddeksel, heeft het geweer op de knie en kijkt toe.

 

 

 

Vooraan rechts staat een jonge soldaat als jager te voet, in blauwe tuniek en broek en met de blauwe kepie achteruitgeschoven op het verwarde haar.                                                        

Hij staat met de handen in de broekzakken, gespannen kijkend naar de twee zoekers.

 

 

 

 

Tegen het raam staat kapitein Aubert, met de geweerkolf tegen de rechterschouder vuurt hij schuin naar beneden.

 

 

 

 

Naast hem staat een "tirailleur algérien" of "turco", een donkere Noordafrikaanse soldaat in hemelsblauw kort jasje met gele versieringen, hij heeft het geweer in de handen maar het is niet meer naar het raam gericht, hij kijkt of de kapitein doel treft.

 

 

 

 

Tegen de kast leunt commandant Lambert, hij was aan de voet gewond en lag op een bed in die kamer, hij hielp de verdediging organiseren maar wordt hier staande voorgesteld met een nieuwsgierige kijk op de kapitein, hier heeft hij een opvallend verband aan de knie.

Meteen is er een Franse driekleur, blauw (van de kapotjas) wit (van het verband), rood (van de broek).

 

 

 

commandant Lambert

 

  Tegen de kast en in het deurgat zit een soldaat die met de rechterarm de gewonde linkerarm ondersteunt.

 

 

Op het bed,achter de deur, ligt een soldaat met vertrokken gezicht en verkrampte hand, waarschijnlijk een zwaargewonde.

 

 

  In het deurgat verschijnt een linie infanterist die de linkerschouder vasthoudt, ook hier is wat wit tegenover de donkerblauwe jas.

 

Verder in die kamer staan nog enige figuren, onder andere iemand in het blauw met een revolver in de rechterhand, misschien toch een officier van de marine infanterie.

 

Van het schilderij bestaan veel reproducties, in publicaties over de Frans-Duitse oorlog of de Franse marine infanterie of over Alphonse De Neuville, als prentkaart (bruin-wit of zwart-wit of gekleurd) als wantplaat, zoals hoger vermeld ook als omslag van boekjes sigarettenpapier.

 

Daarnaast bestaat een gelijkende prentkaart, het vijfde tafereel van het spektakel "Les Dernières Cartouches" dat elke avond om 20h00 in het "Théatre de l'ambigu" voorgesteld werd.

Het was een toneelstuk in tien taferelen door Jules Mary en Emile Rochard, naar een roman van P......

Het vijfde tafereel was" A Bazeilles en 1870 - La Défense de la maison Bourgerie".

 

 

De schilder Alphonse De Neuville  (1835 - 1885)

 

 

 

Alphonse was het eerste kind van Edouard Deneuville en Louise Sophie Reumaux, hij werd geboren in Saint Omer op

31 mei 1835.

Zijn vader was kaarsenfabrikant en vestigde zich in 1840 in de "rue haute de Saint Bertin" nu rue Saint Bertin 39.

 

Over zijn jeugd weten we niet veel, hij zou leeerling geweest zijn van het "Collège Saint Bertin" en van "L'école des beaux arts.

Ondertussen tekent hij, musketiers, kinderspelen, straattaferelen........

 

Hij behaalde het baccalaureaat en ging in 1853 in het lyceum in Lorient het examen voor toelating tot de 'Ecole Navale" voorbereiden.

Hij tekende er een heel album met uniformen, schepen en gebouwen.

Daarna ging hij in Parijs rechten studeren.

Na drie jaar, in 1856 - 1857, verzaakte hij een briljante toekomst en wou zich aan de kunst wijden.

 

Hij had een vlugge hand en werkte veel als illustrator van tijdschriften en boeken.

Zijn verbeelding dreef hem naar het geschiedkundig schilderwerk, in dit genre wou hij carrière maken.

 

In 1858 maakte hij zijn eerste "peintures militaires" en in 1859 nam hij deel aan het Salon.

Hij kreeg meten de derde medaille voor "Siège de Sebastopol", een aanval in 1855 door Franse troepen gedurende de Krimoorlog (1853 - 1856).

In 1861 kreeg hij de tweede medaille, weer voor een werk over het beleg van Sebastopol.

Bijna elk jaar presenteerde hij schilderwerk in verband met een veldslag, Magenta in Italië, San Lorenzo in Mexico.......

Ondertussen werkte hij als illustrator, maakte affiches voor opera's en reisde veel.

In die periode wijzigde hij de spelling van zijn naam.

Voor Deneuville (officiële naam) ondertekende hij in 1861 met A. De Neuville (twee woorden) en later met Alph. de Neuville

(met kleine DE) hoewel hij niet tot de adel verheven werd.

 

In 1870 - 1871, gedurende de Frans - Duitse oorlog, was hij luitenant bij de genie en aan een staf aangehecht.

In 1872 presenteerde hij "Bivouac devant Le Bourget", een levensecht tafereel van oorlogsellende na het gevecht van 21 december 1871.

In 1873 volgde het aangrijpende en wellicht meest bekende werk, "Les Dernières Cartouches".

Daarmee kreeg hij de officiële erkenning van het Franse publiek dat hem als "le peintre de l'épopée de la défaite".

In 1873 kreeg hij ook "la Croix de la Légion d'Honneur".

Hij was er heel trots op want hij schilderde onmiddellijk een zelfportret, de artiest naast een schilderij, erekruis op de borst en sigaret in de linkerhand.

In die jaren maakte hij veel genreschilderijen "pour prouver sa facilité à traiter toute espèce de sujets".

 

In de volgende jaren leverde hij nog werk af over de Frans - Duitse oorlog, schilderijen voor het Salon maar ook de helft van het "Panorama de la Bataille de Champigny", een werk van 16m hoog en 180m lang waarvan de andere helft door de befaamde Edouard Detaille (1848 - 1912) geschilderd werd.

 

Hij woonde in Parijs, in 1880 liet hij aan de rue Légendre een luxueus "hotel particulier" bouwen.

Daar stierf hij op 19 mei 1885, aan een hartziekte gevolgd door albuminerie.

Op 1 mei had hij op zijn ziekbed een huwelijk aangegaan met zijn gezellin Aurélie Maréchal.

 

De begrafenisplechtigheden werden bijgewoond door een delegatie van alle wapenafdelingen van het garnizoen van Parijs, op bevel van de militaire gouverneur die eer wou betuigen aan de schilder van de Franse heldenmoed en "Les Dernières Cartouches".

 

Hij werd niet in Saint Omer begraven maar op de begraafplaats van Montmartre (23me division) in Parijs.

Hij kreeg er een marmeren monument met een voorstelling van de kerkhofpoort van Saint Privat die hij geschilderd had bij zijn weergave van het gerecht aldaar op 18 augustus 1870.

 

Hij kreeg een bronzen standbeeld, op de Place Wagram in Parijs, dat in 1889 plechtig onthuld werd.

Onder de tweede wereldoorlog werd het door de Duitse bezetters weggenomen en gesmolten, het gipsen model kwam in het museum van Saint Omer terecht.

In Parijs en in Saint Omer werd naar hem een straatnaam gegeven.

 

Schilderijen van A.De Neuville zijn in talrijke Franse openbare musea bewaard, in Parijs, in Saint Omer (Hotel de ville, Hotel Sandelin), Rijsel (Musée des Beaux Arts), Tourcoing .........

 

Vanaf 1864 werden verschillende tentoonstellingen van zijn werk georganiseerd, in 1971 (ter herinnering aan de Frans Duitse oorlog) in Bapaume en Saint Omer, in 1973 in Parijs, in 1978 in Parijs en in Saint Omer.

 

 

 

Zijgevel (aan de straat) en voorgevel (naar het dorp) van "Maison de la dernière cartouche Musée de Bazeilles".

Prentkaart van omstreeks 1925.

  

 

 

 

 

 

Opengeslagen omslag van het boekje sigarettenpapier "Les Dernières Cartouches", maar rechts ontbreekt het lintje.

Kleurenreproductie van het gelijknamige schilderij door Alph. De Neuville.

 

 

 

Opengeslagen eigentijds boekje sigarettenpapier "Dernières Cartouche" vereenvoudigde voorstelling van het schilderij.

 

 

Het sigarettenpapier "Les dernières Cartouches"

 

 

Het is niet zo eigenaardig dat sigaretten in verband gebracht worden met "cartouches".

Het eerste sigarettenpapier wordt soms in de Krimoorlog gesitueerd, toen een kogel de pijp van een soldaat getroffen had, rolde hij zijn tabak in het papier van zijn geweerpatronen.

Franse en Belgische soldaten in de eerste wereldoorlog noemden hun geweerpatronen gewoon sigaretten.

 

De fabrikant van het sigarettenpapier "Les Dernières Cartouches" maakte gebruik van het Franse patriottisme na nederlagen in 1870 - 1871 en van de bekendheid van de schilderij.

Daarom gebruikte hij de naam en de afbeelding.

 

Het boekje sigarettenblaadjes heeft een omslag die in drieën gevouwen is rondom het pakje vlakke ongegomde blaadjes, vooraan komt de naam "Les Dernières Cartouches" naast de jager te voet, achteraan staat commandant Lambert, binnenin zit kapitein Aubert.

Het boekje werd door een smal lintje dichtgehouden.

De omslag heeft een vereenvoudigde maar harde tekening met felrood en lichtblauw, de schikking van de figuren wijkt enigszins f van de schilderij.

Op het dubbele lichtrode schutblad binnenin vinden we enkele gegevens: de "Société Anonyme des Anciens Etablissements Braunstein Frères", zetel aan de Boulevard Exelmans 73 in Parijs, had verschillende fabrieken, de firma kreeg verschillende gouden medailles en vermeldingen, buiten reeks op nationale en internationale tentoonstellingen, ze was ook de fabrikant van het gegomde sigarettenpapier uit het lichtblauwe boekje met daarop de kop van een zouaaf, de "bloc Zig Zag gommé 601 Automatique". 

 

Nog een boekje maar iets jonger, met de tekst binnenin is weer in het Frans maar met een mededeling in het Nederlands,

"Nieuwe praktische voorstelling van het beroemd boekje "Les Dernières Cartouches", bevat het zelfde papier welk het succes van het merk opbouwde".

De afbeelding op de omslag is in tweedelen verdeeld en nog eens vereenvoudigd, vooraan staat "Dernières Cartouches" (zonder bepaald lidwoord) naast één figuur (jager te voet), achteraan blijven vier figuren (kapitein Aubert, turco, commandant Lambert, soldaat).

De kleuren zijn beperkt tot vier, veel blauw, weinig wit, wat rood, achtergrond met bister.

Op de rug tussen de twee delen staat "non gommé automatique".

 

In enkele winkels worden gelijkaardige boekjes verkocht van de N.V. Lacroix uit Wilrijk.

De omslag heeft dezelfde tekening en merknaam als het voorgaande besproken exemplaar, ook bijna dezelfde kleuren.

Op de rug staat "gomme automatique".

De tekst binnenin is beperkt, "Ce papier superfin respecte au maximum l'arome du tabac, Papier à cigarettes, Cigarette paper,

Sigarettenpapier, Zigaretten papier"

 

 

In 1990, 120 jaar na  "Les Dernières Cartouches"in Bazeilles, hebben ze aan vijf mannen van omstreeks 70 jaar het behandelde boekje getoond.

Ze kenden het sigarettenpapier nog van hun jeugd en ze antwoorden op de vragen dat de afbeelding Franse soldaten voorstelde.

Alle vijf meenden dat het een tafereel uit de eerste wereldoorlog was, van in 1914, ze verwezen daarbij naar de rode broeken.

Drie waren er zeker van dat hier zouaven afgebeeld werden.

De marine infanteristen zouden hierbij niet gelukkig zijn.

 

Verhaal van: V. Verbeke R.

en verbeterd door  © Caepau op 30/04/2001

 

 

Homepage All My booklets

PauRolHom ©

Webmaster Caers Paul   '98

 

Top

Last Update : maandag 13 januari 2014 13:20:13